|
Terug in de Tied
Binnen de broekstreek wonen en werken een aantal families al generaties lang. Het leek ons interessant deze mensen eens te interviewen.Zij kunnen ons verhalen vertellen over toen en nu. De bedoeling is te beginnen met de oudste inwoners van de broekstreek. Hopelijk willen zij aan dit onderwerp hun medewerking verlenen. Naarmate er belangstelling is en blijft voor dit item, zullen wij bij steeds jongere broekstrekers op bezoek gaan. INTERVIEW FAMILIE PEEKS GARMINGE Vrijdag word ik gebeld door Roelof, of het zaterdagavond ook past, vraagt hij. Want dan heb ik het namelijk rustig.Tegen zeven uur. Ok, dan zien we mekaar om die tijd. Zaterdagavond rij ik naar Garminge. Via de achterdeur, die geopend is kom ik binnen in het achterhuus. Johanna komt er al aan om me mee te nemen naar de keuken waar Roelof net bezig is de krant te lezen. Ik stel me voor en zeg dat ik inmiddels ook al sinds 1991 in Balinge woon. Roelof en ik hebben elkaar in die veertien jaar twee keer gesproken, een keer op het land. Op dat moment was hij zijn zoon Jan aan het helpen met het mellen trekken en één keer zijn we vanaf de school samen opgefietst naar de Heirweg. Roelof verteld dat hij in Drijber is geboren. Hij woonde toen met zijn ouders, oudere zus en zeven jaar jongere broertje op een "haandig boerderijgie". Toen hij twee werd verhuisden ze naar de “Weidehoek” in Wijster. Later verhuisd Roelof nog één keer naar Drijber en dan komt hij te wonen dichtbij “de School met den Bijbel”. Deze school was toen in 1928, net gebouwd. Wanneer Roelof 10 jaar is en in de derde klas van de lagere school zit, krijgt zijn vader, oud broekstreker, de mogelijkheid aangeboden om een boerderij te pachten in de ‘Broekstreek”, en wel in Garminge. De vader van Roelof komt van oorsprong uit Mantinge. Tijdens de periode 1914-1918 breekt overal in Nederland de Spaanse griep uit. Beide grootouders van Roelof worden hierdoor getroffen en overlijden aan deze vreselijke ziekte. De vader van Roelof op de leeftijd van 31 jaar, is ook getroffen door de griep maar overleeft het. De boerderij met een behoorlijk stuk land is te groot om alleen te kunnen besturen en vandaar wordt er gekozen om naar een kleiner bedrijf te gaan in Drijber. In 1933 komt de mogelijkheid terug te keren naar de “Broekstreek”.Deze kans grijpt de familie Peeks aan, zij verhuizen naar een boerderij in Garminge. De huidige bewoners van deze boerderij zijn Jos en Joke van de Werff. Roelof groeit op in Garminge. In de crisisjaren zag Garminge er geheel anders uit als nu. Het gehele dorp bestond uit boerderijen, alle inwoners waren agrariërs en er woonde 1 varkenskoopman. Telefoon had toentertijd alleen de familie Pauw die naast Roelof woonde, want daar was door de Boermarke voor gezorgd.Op zijn vijftiende heeft Roelof een jaar bij zijn ouders op de boerderij geholpen en valt het besluit dat hij naar de Landbouwschool gaat in Westerbork. Deze school moet nog gebouwd worden aan de Wilhelminalaan. Vijftien leerlingen helpen met de opbouw en ontwikkeling van de school en daarbij behorende leertuin. Op deze school komt Roelof op zeventienjarige leeftijd, in contact met de theorie over de pootaardappel. Hij ziet er wel brood in en maakt afspraken met zijn vader hoe ze dit verder uit gaan werken. Na het eerste jaar kweek en distributie, heeft Roelof goede winst gemaakt en er is voor hem reden genoeg om hier verder in te gaan investeren. Maar, Roelof is niet alleen maar aan het werk, in de weekenden gaat hij met Roelof Pauw op pad naar Zweeloo en Meppen. Dansen! Hier ontmoeten beide jongens hun toekomstige echtgenotes. Roelof krijgt kennis aan Johanna Elting. Zij komt uit Benneveld. Johanna is opgegroeid met ouders en twee broers, ook op de boerderij. Door haar vader is haar het werken op het land met de paplepel in gegoten. Voor zijn trouwen is Roelof drie jaar lang kunstmatig inseminator bij de zelfopgerichte K.I vereniging Mantinge. Hij doet dit samen met de vader van Klaas Meppelink. Op de fiets. In de volksmond werd dit de “karbiesbolle” genoemd. Roelof besluit na drie jaar dat hij dit niet voor vast wil blijven doen en toch zelfstandig boer wil worden. Roelof en Johanna trouwen in 1954 en nemen de boerderij over van vader en moeder Peeks. De beide ouders blijven wel bij het pasgetrouwde stel inwonen. Twaalf jaar later willen Johanna en Roelof dan toch een boerderij voor hen zelf, waar ze de mogelijkheid hebben zich verder te ontwikkelen. In 1966 kopen zij de boerderij waar zij nu wonen. Beide ouders verhuizen mee naar deze woning en worden beide 89 jaar oud. Inmiddels hebben Johanna en Roelof twee kinderen gekregen. Trijntje en Jan. Jan blijft mee werken aan de opbouw van het bedrijf. Nu in 2006 staat er een grote spiksplinter nieuwe loods naast het ouderlijk huis. Nieuwe moderne computergestuurde apparatuur is een belangrijk onderdeel geworden in het productieproces. Roelof en Johanna werken nog dagelijks mee op het bedrijf en de voortgang van het bedrijf, wat zij vanuit het niets hebben opgebouwd. Dit is voor hen een van de belangrijkste redenen om betrokken te zijn en te blijven bij de ‘Broekstreek”.
Roelof en Johanna in de loods
Ruimte waarin men het sorteren kan overzien en begeleiden.
Stoel van Roelof in de kantine. Tekst : Drents Volkslied |